| verslagen regiobijeenkomsten West |
|
D.V. 9 mei Spreker: Ds P. de Vries Onderwerp: De orde van het heil Plaats: gebouw De Staring Staringlaan 19 Waddinxveen Aanvang: 19.45 uur Voor de vijfde maal mochten we als vrouwen van de Classis West van de Hersteld Hervormde Kerk een regioavond houden. Vele vrouwen hebben gehoor gegeven aan de uitnodiging om op 18 mei 2011 bij elkaar te komen in gebouw “De Staring” in Waddinxveen. Ds. J. Kloosterman uit Ridderkerk heeft voor ons een lezing gehouden over het huisgezin van God. Het huisgezin van God is een geestelijk gezin. Er loopt een lijn van het geestelijke gezin naar het natuurlijke gezin. Het belang van het christelijke gezin in de samenleving en in de kerk is niet te onderschatten. Als man en vrouw getrouwd zijn vormen ze een gezin, ze vertonen Gods beeld. Kenmerkend van een huisgezin is de dienst aan de Heere, vooral ook in de huisgodsdienst. Het Koninkrijk van God wordt gebouwd uit de gezinnen en dat Koninkrijk van God staat dan ook bovenaan. Christus spreekt over broeders die Het Woord horen en bewaren. Welke plaats heeft Christus in uw leven? Niet alleen op zondag, maar ook in de hectiek van de doordeweekse dag. Is er vrucht van alle avonden met Gods Woord bezig te zijn op de verenigingen? Het was voor Maria een groter voorrecht om zelf lid van het huisgezin van God te zijn dan Hem gevoed te hebben. Het gaat er om door het Geloof een lid te zijn van het huisgezin van God. Houdt u de familienaam van Christus hoog? Hoe? Door voortdurend te leven als een arme bedelaar uit de schatten van genade. Leden van het huisgezin zijn luisterende leden, horen naar Het Woord van God. Wie Het Woord van God niet bewaard is Christus ongehoorzaam. Nooit vergeten dat er één is die elke dag er opuit is om u van Het Woord af te houden. U moet er de tijd voor nemen om Het Woord te onderzoeken. Kennis hebben aan Zijn Persoon en Zijn werk. Het Geestelijke gezin gaat boven het aardse gezin uit. Voor het geestelijke gezin en de uitbreiding daarvan is het vurige gebed om Gods Geest nodig. En dan bidden in de wetenschap dat de Hogepriester aan de rechterhand van de Vader altijd bidt voor Zijn huisgezin en er Zelf zorg voor draagt dat Zijn huis vol wordt! U heeft een schone en schitterende taak als moeder om dit huisgezin te bewaren. Mw. G. de Jager – van de Pol
Verslag Regioavond 19 mei 2010 in Waddinxveen. Ds. D. Zoet uit Ouderkerk aan den IJssel heeft een lezing gehouden over “Waarom Jezus door gelijkenissen sprak” nav Matthéüs 13:1-17. “Waarom Jezus door gelijkenissen sprak” deze vraag komt op uit de Schrift zelf. Want we hebben gelezen in Matthéüs 13:3 dat Jezus tot de schare in vele gelijkenissen sprak. Daarover hebben de discipelen zich verwonderd, zodat ze aan hun Meester de vraag stelden wat in Matthéüs 13:10 staat; Waarom spreekt Gij tot hen in gelijkenissen? Gelijkenissen zijn korte eenvoudige verhalen, bedoeld om een geestelijke waarheid door te geven met behulp van voorbeelden of vergelijkingen uit het dagelijkse leven. Het kenmerkende van een gelijkenis is dat er meestal sprake is van één hoofdthema met een geestelijke strekking. Geestelijk onderwijs in de heilgeheimen van het Koninkrijk Gods. Dat onderwijs is de ene keer ontdekkend, de andere keer vertroostend en weer een andere keer vermanend of waarschuwend van aard. Wat zijn belangrijke punten om rekening mee te houden bij de uitleg van een gelijkenis? Het antwoord waarom de Heere Jezus in gelijkenissen sprak, vinden we in Matthéüs 13:13 Daarom spreek Ik tot hen door gelijkenissen, omdat zij ziende niet zien, en horende niet horen noch ook verstaan. Het spreken in gelijkenissen was ten diepste een straf, een oordeel op de ongelovige gehoorzaamheid van de scharen en de wetgeleerden. Ze zien de wonderen van Jezus, ze horen Zijn onderwijs, zij wijzen de gevraagde bekering en de aangeboden genade openlijk af. Hoe is het nu met ons? Die vraag komt in alle ernst op ons af. Lijken wij op de schare of op de discipelen. De schare hoorden de gelijkenissen aan en gingen weer over tot de orde van de dag. De schuld ligt bij de hoorders. De discipelen hadden persoonlijk kennis aan de verborgenheden van het Koninkrijk Gods en stelden de vraag in Lukas 8:9 Wat mag deze gelijkenis wezen? De leerlingen van Christus begrepen de diepte en de strekking van het onderwijs van Christus niet. Maar zij vroegen wel om uitlegging. Na de pauze en de beantwoording van vragen zingen we Psalm 56:5 en 6 en gaat Ds. D. Zoet ons voor in dankgebed. Mw. G. de Jager - van de Pol |



