Home  »  Regio's  »  Regiobestuur Noord  »  verslagen regiobijeenkomsten Noord
Verslagen Regiobijeenkomsten Noord


 

Verslag van de Regio-avond van Vrouwenverenigingen in de Classis Noord, gehouden op 27 oktober 2011 in het kerkgebouw van de Hersteld Hervormde Gemeente te Rouveen.
De presidente, mevr. Mekenkamp heette allen hartelijk welkom, in het bijzonder ds. R.v.d. Kamp uit Barneveld, die op deze avond het referaat hoopt te verzorgen.
We zongen Psalm 108 : 7, waarna ds. V.d. Kamp voorging in gebed en vervolgens uit de Bijbel las 2 Petrus 3.
Het thema van zijn referaat was: “Kunnen wij in 2011 leren van 211”.
In onze tijd wordt de kerk weggedrukt naar de rand van de samenleving. Betekent dat, dat er in ons land geen godsdienst meer gevonden wordt? Geenszins, denk bijv. aan de sterk toegenomen belangstelling voor hekserij, Halloween, wicca etc.
Ook in vroeger dagen was men alleszins godsdienstig, denk maar aan het altaar voor de onbekende god in Athene.
Toch was er ten tijde van de vroege kerk groei te bespeuren.
Was er eerder respect voor de godsdienst, heden ten dage is dit veranderd in tolerantie of worden we nauwelijks nog gedoogd.
Onze overheid moet kleur bekennen en wordt er dan gekozen voor de joods-christelijke wortels of voor het liberalisme?
Er spelen zoveel belangen: maatschappelijke, politieke en persoonlijke. Laten we trachten om op de plek, waar we geplaatst zijn onze naaste tot jaloersheid te verwekken en vooral om voorbede te doen.
Zijn we de Heere dankbaar voor de vrijheid, die we nog mogen hebben en is het aan ons te merken, waar we voor werken? Denk aan wat er staat in het huwelijksformulier.
In Openbaringen 18 raadt de Heere indringend aan om uit te gaan uit Babylon.
In 211 waren sport, paardenrennen, gladiatorengevechten, theater en toneel voedsel voor de hartstochten, maar is het in onze tijd wezenlijk anders?
Wij vluchten weg in onze zuil, in onze scholen , maar is aan ons nog te zien en te merken, dat we op doorreis zijn en dat we de onzienlijke dingen voor ogen houden? Leven we wel werkelijk bij de verwachting van de wederkomst van Christus? Hoedanig behoort dan onze levenswandel te zijn!
We zongen als antwoord hierop Psalm 93 : 1 en 4, terwijl er een collecte was, waarvan de opbrengst, na aftrek van de onkosten, bestemd was voor het project van de Hervormde Vrouwenbond “Chifundo”.
Na de pauze zongen we Psalm 25 : 2, waarna de predikant de vragen beantwoordde.
Ds. bereidde er ons op voor, dat we een moeilijke toekomst tegemoet zullen gaan, want christenen worden meer en meer ingeperkt.
Ook wij beleven zo weinig, dat we gasten en vreemdelingen zijn hier op aarde. Zien we in de tekenen van de tijden de bazuinstoten van Zijn komst?
Het geloof is uit het gehoor en het gehoor door het gepredikte Woord. De satan heeft de oorpoort verstoord: we kunnen en willen niet meer luisteren. De beeldcultuur is er voor in de plaats gekomen, alles is even snel en vluchtig.
Zijn we wel weerbaar? Kunnen we nog uitleggen, wat ons beweegt en dringt? Dragen we wel de wapenrusting?
De oproep klinkt: “Bekeert u en kiest u heden we ge dienen zult”. Belijdt uw zonden en val de Heere heilig lastig aan Zijn genadetroon met de bede “Heere help”.
Mevr. Kreijkes declameerde het gedicht van Chr. de Priester, getiteld “Tijd”, waarna de presidente een dankwoord sprak.
We zongen tot slot Psalm 86 : 6, waarna ds. V.d. Kamp de avond met dankgebed besloot.

Notulen van de Regiomiddag van Hersteld Hervormde Vrouwenverenigingen in de Regio Noord,  gehouden op 16 april 2011 in Wouterswoude.
Aanvang 14.00 uur.

Het thema van deze middag is: “Wilhelmus a Brakel, een Friese leidsman tot Christus”.

De presidente, mevr. Mekenkamp, heet alle aanwezigen hartelijk welkom en stelt voor te zingen psalm 45 : 8, waarna ds. P. den Ouden ons voorgaat in gebed en vervolgens leest Psalm 45.
Ds. Den Ouden houdt hierna een referaat over Wilhelmus a Brakel.
Wilhelmus a Brakel was niet alleen een leidsman der zielen in Friesland. Zijn boek: “De Redelijke Godsdienst” is in het jaar 1700 vertaald en is daardoor voor velen tot rijke zegen geweest.
Op maandagmorgen vertrok Wilhelmus naar Leeuwarden om daar naar school te gaan. Zijn vader liep een stuk met hem mee en voordat deze weer terugkeerde, knielden ze samen bij een boom om te bidden. Als klein kind mocht hij veel van de Heere ontvangen. Zover zijn geheugen terug ging was er een tere liefde voor God. In Utrecht mocht hij verder studeren onder Voetius. Toen hij zijn studie afgerond had moest hij 6 jaar op een beroep wachten. Hij trouwde met Sara Nevius. In 1670 vertrok Wilhelmus naar Harlingen. Daar mocht hij met veel zegen arbeiden. In deze plaats waren 8 jonge vrouwen pastoraal bezig. Bij Brakel thuis hield men gezelschappen.
Sara Nevius tobde erg over de zekerheid des geloofs. Ze vroeg raad aan Witsius, die haar antwoordde: ”Wat kom je het mij vragen. Vraag het de Heere Zelf”. En dat deed ze en ze kreeg antwoord.
1672 was een rampjaar. Het volk is radeloos, redeloos en reddeloos. Dan komt men in Leeuwarden bijeen en wordt het volk vermaand om de goddeloosheden weg te doen. Hierop volgt een Reformatie.
Brakel nam een beroep naar Rotterdam aan en was daar 28 jaar een geliefd predikant. Vanuit Rotterdam kreeg hij contacten in Amerika.
Op het eind van zijn leven werd Brakel aangevallen door de duivel. Brakel antwoordde hem: “Je komt te laat. Ik heb een vast testament. Ik heb het zegel en het onderpand. Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid”. Op 30 oktober 1711 stierf Brakel met het opzeggen van psalm 138 : 4.
Ds. Den Ouden vertelt hierna iets over de inhoud van het boek “De Redelijke Godsdienst”.
De redelijke godsdienst bestaat niet in het offeren van dieren, maar in het opofferen van uzelf aan de Heere. In het boek is er veel aandacht voor het bijbels onderricht voor de praktijk van alle dag. In het hoofdstuk over de Bijbel, vraagt hij wat de Bijbel voor mij persoonlijk betekent.
Het is het enige van God ingezette middel.
Het middel van geestelijke groei.
Het is de leidraad voor ons leven.
Het is een grond van troost.
Het is het middel tot heiligmaking.
Door gedurig gebruik wordt men geloviger.
Het is onze geestelijke wapenrusting.
Het is het middel, waardoor men zalig wordt.
Willen we zelf met vrucht en zegen de Bijbel onderzoeken, dat is het nodig dat we ons voorbereiden: we moeten ons concentreren met het besef, dat de Heere tot ons spreekt, biddend om de Geest. Daarbij is nodig, dat ons hart met gehoorzaamheid zich onderwerpt: “”Spreek Heere, uw kecht hoort”.
We kunnen de Bijbel op twee manieren lezen: studerend. Men krijgt meer inzicht in de Schrift en het is altijd weer nieuw. We kunnen ook stichtelijk lezen.
Begrijpen we een tekst niet, lees dan verder. Spreekt een tekst u aan, blijf er dan bij stilstaan.
Brakel is mild en pastoraal en gunnend. De preciese tijd van de bekering hoeft men niet altijd te weten. Het is genoeg te weten, dat men gelooft. Vraagt u of u ook tot Hem mag komen? Ja, Christus belooft dat Hij ook u zalig wil maken. Christus is goed voor de ziel die Hem zoekt. We mogen Hem vertrouwen zonder vrees. Dan is het stil vanbinnen. We weten dan dat het goed is tussen mij en de Heere.
Het tweede deel van het boek is gewijd aan de praktijk. Het handelt over hoe we omgaan met geld en goed. Hoe we hebben om te gaan met de opvoeding van onze kinderen. Er is voluit oog voor de praktijk van elke dag. Hij behandelt het bidden, het vasten, het zingen, de milddadigheid, de zachtmoedigheid, de nederigheid, de vreedzaamheid, de naarstigheid. Kortom, het is theologie, dat wil zeggen dat het is de leer om voor God te leven.
We zingen de verzen 1 en 4 van psalm 138 in de berijming van Datheen, terwijl er gecollecteerd wordt.

Hierna is er pauze.

Na het zingen van psalm 22 vers 2 beantwoordt ds. Den Ouden de gestelde vragen.
Op de vraag of predikanten vroeger altijd lange haren droegen, antwoordt ds. Den Ouden, dat andere tijden andere zeden meebrengen. Brakel paste zich aan aan de tijd.
Tegenwoordig moet men weten van veel voorwaarden en bijzonderheden. Brakel was een man van de praktijk. Laten we leren van zijn eenvoud. Waar de Heere werkt komt er ten eerste verootmoediging en ten tweede verwondering. Wie ben ik, dat U omziet naar een dode hond, zoals ik ben.
Wat is Christus aangenaam. Dat we tot Hem komen, niet ziende op onszelf, maar op Hem.
Over het geestelijk verval in onze tijd, zegt de predikant, dat we hebben te belijden, dat we God op het hoogst misdaan hebben. Ikzelf, mijn gezin, onze gemeente. We hebben te bidden of de Heere de kandelaar van Zijn Woord niet wegneemt uit ons midden. Er moet een vurig gebed om en een intens verlangen zijn naar een opwekking. Mogen we maar veel gevonden worden in de binnenkamer of God ons wil bezoeken met Zijn Geest.
Voor het Bijbellezen is rust en aandacht nodig. Moeilijk in onze drukke tijd met alle onrust.
Toch maar proberen om in onze huizen de rust te houden. Ouders moeten zelf het goede voorbeeld geven (denk aan gebruik van computer, mobieltje).
Hoe meer we het Woord onderzoeken, hoe meer we geworteld raken in de Schrift. Een hongerig hart vindt altijd in de Bijbel een overvloedige maaltijd.
Op de vraag wat het betekent opgetrokken te zijn in de derde hemel, antwoordt ds. Den Ouden, dat het voor Paulus was alsof hij in het paradijs mocht schouwen. Het was voor hem te groot, te wonderlijk, zo heilig. Als het verwoord moest worden, zou God tekort gedaan worden. Het is heilige grond. Van John Flavel wordt verteld, dat hij niet wist, waar hij was, zo overweldigd was hij door de heerlijkheid van Christus. Wij hoeven hier niet naar te staan, want genade is al zo onuitsprekelijk groot.

Mevr. Den Ouden declameert een gedicht van Guido Gezelle, getiteld `Het gebed`.

De presidente bedankt tenslotte ds. Den Ouden voor het leerzame referaat, mevr. Den Ouden voor het gedicht, de organist en de vrouwenvereniging van Wouterswoude voor de zeer hartelijke ontvangst. Ze deelt nog mee, dat de collecte het mooie bedrag heeft opgebracht van 387 euro.
Na het zingen van psalm 22 vers 15 besluit Ds. Den Ouden de vergadering met dankgebed.

Kort verslag van de Regiovergadering van Vrouwenverenigingen in de Classis Noord in de Hersteld Hervormde Kerk, gehouden op 21 oktober 2010 in Nieuwleusen.

De presidente, mevr. H. Mekenkamp heette alle aanwezigen hartelijk welkom, in het bijzonder Dr. W. van Vlastuin, die voor ons een referaat zal houden over “Wet en Evangelie”.

Na het zingen van ps. 32 : 1 en 3 gaat Dr. Van Vlastuin voor in gebed en leest hij

Romeinen 3 : 9 – 31.

Waartoe is de Wet gegeven en hoe functioneert het Evangelie in ons leven?

Door de Wet is de kennis der zonde en de Wet eist van ons dat we God liefhebben boven alles en onze naaste als onszelf. Als Christus ons de Wet leert in ons hart, dan zien we dat we de verdoemenis hebben verdiend, maar Hij laat ons dat zien met het doel om ons te redden. Zo functioneert de Wet in de handen van Christus. Hij houdt als het ware een paslood langs ons hart en dan ontdekken we, dat we schuldig staan aan al Gods geboden.

De Heilige Geest toont ons, dat we tegen de liefde Gods gezondigd hebben en dat we daarom Zijn gramschap waardig zijn. En vanwege Zijn zondaarsliefde laat Hij het ons nog verkondigen, dat Hij geen lust heeft in onze dood, maar daarin, dat we ons bekeren. Hij wil uit genade alles schenken wat we daartoe nodig hebben. Door de kracht van de Heilige Geest krijgen we verwachting van Hem, leren we overgave aan Hem.

Hoe zijn we dan voor Hem rechtvaardig? Christus verlost ons van de vloek van de zonde.

Onze zaligheid ligt vast in Hem. Hij is de Rots van ons behoud en daarom ook zal Hij ons nooit begeven of verlaten. Dan mag het komen tot de belijdenis: “Nu ken ik die waarheid zo diep als gewis, dat Christus alleen mijn gerechtigheid is”.

En opdat we zouden opwassen in de genade en kennis van Hem, geeft Hij ons de prediking en de bediening van de sacramenten.

De Wet gaat dan in ons leven functioneren als leefregel der dankbaarheid. De Wet wordt ons vermaak en is onze betrachting de ganse dag. Het is een liefdedienst, die nooit zal zwaar zal zijn, want uit al de schat van ’t ruime hemelrond is nooit die vreugd in ons gemoed gerezen.

De Geest schrijft de Wet in ons hart en we begeren om naar al de geboden Gods te leven. Hier in beginsel, maar na dit leven zullen we Hem al onze liefde waardig schatten.

We zingen ps. 56 : 5 en 6, waarna er pauze is.

De presidente deelt mee, dat de collecte 277.25 euro heeft opgebracht en dat een gift overgemaakt zal worden naar de Bonisa Zending.

Dr. Van Vlastuin beantwoordt een aantal vragen, waarna mevr. Mulder uit Nieuwleusen een gedicht voordraagt, dat getiteld is “De viervoudige staat”.

De presidente spreekt een dankwoord uit en stelt voor te zingen ps. 147 vers 2 en 10, waarna Dr. Van Vlastuin deze vergadering met dankgebed besluit.

Verslag van de Regiomiddag van vrouwenverenigingen van de Hersteld Hervormde Kerk in de Regio Noord, gehouden op Urk in het kerkgebouw “Moria” op 17 april 2010.
 
De presidente opende de vergadering met het laten zingen van ps. 65 : 1. Ze heette allen hartelijk welkom, in het bijzonder ds. J.C. den Toom, die het referaat voor deze middag wilde verzorgen.

Ds. Den Toom ging ons voor in gebed en las met ons Matth. 6 : 5 – 13 en 25 – 34.

Het thema van het referaat was :”De verhoring van het gebed”.

In de Bijbel staan talloze beloften, die met het bidden verband houden: een iegelijk, die bidt,

die ontvangt en al wat gij begeren zult in Mijn Naam, dat zal Ik doen.

Bij het ware bidden gaat het niet om onszelf, onze zorgen en noden. Het is een schreeuw om God, om in vrede met Hem te mogen leven.

Het moet ten diepste gaan om Gods eer. Dat leert ons ook het allervolmaaktste gebed. Het moet ons te doen zijn om Zijn Naam, Zijn Koninkrijk, Zijn wil. En we moeten onze gebeden besluiten met de lofprijzing.

De Heere kent ons hart en proeft onze nieren. Hij is de Alwetende. Toch mogen we Hem bekend maken alles wat ons ontbreekt. Hij wil ons alles geven. Dan is er in ons een wachten op en een uitzien naar de Heere, want zou Hij, die Zelf het oor heeft geplant, ons niet horen? Ware zelfkennis drijft ons uit naar God, omdat Hij alleen ons kan helpen, want op grond van de kruisverdienste van Christus wil de Heere onze schuldovernemende Borg zijn.

Door Hem ontvangen we verhoring van het gebed, wegneming van de schuld en de zekerheid van het heil in Christus.

We zongen ps. 66 : 8 en 10 en na de pauze ps. 27 : 7, waarna ds. Den Toom de schriftelijk ingediende vragen beantwoordde.

Mevr. L. Post van de vrouwenvereniging “Eva” op Urk droeg een gedicht voor, getiteld: “Ik vroeg om kracht”.

De presidente bedankte ds. Den Toom voor het gehouden referaat, de organist en de koster en

de dames van de vereniging voor de gastvrije ontvangst, waarna ds. Den Toom deze regiomiddag met dankgebed besloot.

Verslag van de Regiomiddag van de Hersteld Hervormde Vrouwenverenigingen in de classis Noord van de Hersteld Hervormde Kerk, gehouden op 14 november 2009 in het Hervormd Centrum in Genemuiden.

De presidente, mevr. H. Mekenkamp, heette allen hartelijk welkom, in het bijzonder ds. Heemskerk uit Genemuiden, die het referaat voor deze middag voor ons hoopt te verzorgen.

Na het zingen van ps. 119 : 45 en 67 ging ds. Heemskerk voor in gebed, waarna hij las Handelingen 17 : 1 – 14.

Het thema van het referaat is: “Het belang van het onderzoek van Gods Woord”, onderverdeeld in drie aandachtspunten:

-          de wording van het Woord

-          de eigenschappen van het Woord

-          de omgang met het Woord.
 
Elk schepsel heeft een ingeschapen kennis en is alleen daarom al nooit te verontschuldigen.

In het Paradijs was er nog geen geschreven Woord. God “onderhandelde” met de mens, met de aartsvaders, met de patriarchen. Hij gaf aan Jakob Zijne wetten. Er is ook de mondiale openbaring, de verkondiging van het Woord, er kwam ook het geschreven Woord: de boeken van Mozes.

Gods Woord is geínspireerd door de Heilige Geest, maar schakelde de mens hierbij in. Echter niet zo, dat Woord voor Woord is gedicteerd. Mensen hebben niet uitgemaakt, wat bruikbaar is, maar het Woord heeft van Zichzelf norm en gezag.
 
De eigenschappen van het Woord. Het Woord is de basis van de kerk. Dat was ook het oogmerk van de Reformatie: terug naar de Schrift.

Woordverkondiging is: proclamatie. Alzo spreekt de Heere. En dienovereenkomstig hebben wij het te horen.

De Bijbel is geen tijdgebonden verslag, het geldt niet voor een bepaalde tijd.

Het Woord wekt vijandschap op, tegenstand. Jesaja riep het al uit: “Wie heeft onze prediking geloofd”.

Het Woord is niet alleen norm, maatstaf, maar het is ook volkomen. Door ons verduisterd verstand is het voor ons soms onbegrijpelijk, denk aan de Moorman: “Hoe zou ik het kunnen verstaan, zo mij niet iemand onderwijst”.
 
In de omgang met het Woord is er geen ruimte voor allerlei meningen. Het Woord is de norm. De volle raad Gods moet verkondigd worden: roeping en verkiezing, zonde en genade, wet en evangelie. En dat met ernst, want het is geen vrijblijvende zaak. Gods Woord is welmenend. Christus is voor ons verborgen, maar Hij wordt ons in het Woord geopenbaard. Hij is het enige Middel voor onze zaligheid.

Gods Woord alleen is voor ons de betrouwbare weg, waarlangs onze voet kan gaan.
 
In antwoord hierop zongen we ps. 25 : 2 en 4, waarna er pauze was.

Na de pauze zongen we ps. 43 : 3 en 5, waarna ds. Heemskerk de vragen beantwoordde.
 
Mevr. Poot uit Genemuiden declameerde het gedicht: “Wat betekent het Woord voor u?”
 
De presidente bedankte ds. Heemskerk, de organist en de koster, de dames van de vrouwenvereniging uit Genemuiden en de gemeente voor het gebruik van het gebouw.

Na het zingen van ps. 89 : 7 en 8 besloot ds. Heemskerk deze middag met dankgebed.