|

Door lijden tot heerlijkheid Zingen: Psalm 118 : 11 De steen, dien door de tempelbouwers Veracht’ lijk was een plaats ontzegd, Is, tot verbazing der beschouwers, Van God ten hoofd des hoeks gelegd. Dit werk is door Gods alvermogen, Door ’s HEEREN hand alleen geschied; Het is een wonder in onz’ ogen; Wij zien het, maar doorgronden ’t niet. Stem: In dit paasdeclamatorium willen we de Heere Jezus volgen op Zijn lijdensweg van Golgotha tot in de hof van Jozef van Arimathéa. Zijn lijden, sterven en opstanding. Hier openbaart zich het hart van Gods reddende liefde en genade voor een wereld verloren in zonde en schuld. Op Golgotha past het ons de schoenen van de voeten te doen, omdat we ons bevinden op heilige grond. Hier wordt de laatste strijd door Christus gestreden en de overwinning door Hem behaald. Het kost Hem Zijn leven! Tekst: Johannes 19 : 14 – 16 En het was de voorbereiding van het Pascha, en omtrent de zesde ure; en hij (Pilatus) zeide tot de Joden: Ziet, uw Koning! Maar zij riepen: Neem weg, neem weg, kruis Hem! Pilatus zeide tot hen: Zal ik uw Koning kruisigen? De overpriesters antwoordden: Wij hebben geen koning, dan de keizer. Toen gaf hij Hem dan hun over, opdat Hij gekruist zou worden. En zij namen Jezus, en leidden Hem weg. Zingen: Is dat, is dat Mijn Koning? Is dat, is dat mijn Koning, dat aller vaad’ ren wens, is dat, is dat Zijn kroning? Zie, zie, aanschouw de mens! Moet Hij dat spotkleed dragen, dat riet, die doornenkroon, lijdt Hij die smaad, die slagen, Hij, God, Uw eigen Zoon? Ja, ik kost Hem die slagen, die smarten en die hoon; ik doe dat kleed Hem dragen, dat riet, die doornenkroon; ik sloeg Hem al die wonden, voor mij moet Hij daar staan; ik deed door al mijn zonden, Hem al die jamm’ren aan. O, Jezus, man van smarten, Gij aller vaad’ren wens, herinner onze harten ’t aandoenlijk:”Zie den mens!” Laat mij toch nooit vergeten die kroon, dat kleed, dat riet! Dit trooste mijn geweten: ’t is al voor mij geschied! Stem: In sobere woorden beschrijven de evangelisten het lijden en sterven van hun Meester. Jezus dragende Zijn kruis werd als een onreine, een vervloekte, verstoten uit Jeruzalem. Veroordeeld door de leiders van “kerk en wereld”. Geen plaats meer voor Hem op aarde. Weg met Hem! Buiten de legerplaats, op Golgotha, de plaats van gericht en vervloeking, werd Hij gekruisigd. De Schrift zegt: een opgehangene is Gode een vloek. ( Deut. 21:23) Als de grootste zondaar werd de Heilige midden tussen onheiligen gehangen aan het kruishout. Ja, de HEERE heeft ons aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen. Tekst : Jesaja 53 : 12 Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal machtigen als een roof delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood, en met de overtreders is geteld geweest, en Hij veler zonden gedragen heeft, en voor de overtreders gebeden heeft. Tekst: Lukas 23 : 33 en 34 En toen zij kwamen op de plaats, genaamd Hoofdschedelplaats, kruisigden zij Hem aldaar, en de kwaaddoeners, den een ter rechter -, en den ander ter linkerzijde. En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen. En verdelende Zijn klederen, wierpen zij het lot. Declamatie: Vader, vergeef Hoe zal ik ooit de diepte kunnen vatten van Uw gebed. Hoe zal ik dit verstaan? Terwijl de spijkers door uw handen gaan, vraagt U voor hen die daar zo wreed U slaan vergeving. Welk een onbegrepen schatten. Hoe zal ik ooit genoeg kunnen waarderen de liefde en dat eindeloos geduld, waarmee U droeg mijn zware zondeschuld? Wanneer ik door Uw Geest, met smart vervuld, ga zien dat ik U sloeg, zo vele keren. Ik heb die nagels in Uw hand gedreven, Ik heb U zelf gespogen in ’t gelaat. Door al mijn zonden heb ik U gehaat. Onwetend heb ik U veracht, gesmaad, terwijl U bad: “Mijn Vader, wil vergeven”. Zingen: Psalm 22 : 6 Wees dan mijn hulp; houd U niet ver van mij; Mij prangt de nood, benauwdheid is nabij; ‘k Heb buiten U, daar ik zo bitter lij’, Geen hulp te wachten. Een stierenheir uit Bazan, sterk van krachten, En fel verwoed, Omringt m’ aan alle zijden; Mijn God, hoe zwaar, hoe smart’ lijk valt dit lijden, Voor mijn gemoed. Tekst: Johannes 19 : 19 – 22 En Pilatus schreef ook een opschrift, en zette dat op het kruis; en er was geschreven: JEZUS, DE NAZARENER, DE KONING DER JODEN. Dit opschrift dan lazen velen van de Joden; want de plaats, waar Jezus gekruist werd, was nabij de stad; en het was geschreven in het Hebreeuws, in het Grieks, en in het Latijn. De overpriesters dan der Joden zeiden tot Pilatus: Schrijf niet: De Koning der Joden; maar, dat Hij gezegd heeft: Ik ben de Koning der Joden. Pilatus antwoordde: Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven. Stem: In drie talen plaatste Pilatus een opschrift boven Jezus ‘ hoofd. Was het een aanklacht of was het spot? Jezus, de Nazarener, de Koning der Joden! God gebruikte deze woorden om de hele wereld te laten weten wie Jezus was! Geen woord wilde en mocht Pilatus hiervan herroepen! Zingen: Op die heuvel daarginds stond een ruwhouten kruis, Het symbool van vervloeking en schuld; Maar dat kruis werd de mens tot het kostbaarst kleinood, Daar Gods wet aan dat hout werd vervul Refrein: ‘k Klem mij daarom aan Golgotha’ s kruis, Tot de Heer komt en met Hem het loon: Als die grote dag aanbreekt en Hij ons dat kruis Dan verwisselt voor d’ eeuwigheids kroon. O, dat ruwhouten kruis, door de wereld gesmaad, Heeft een wond’ re bekoring en macht, Want Gods Zoon liet Zijn troon, Hij droeg smaadheid en hoon, Om de vreugd ’ die dat kruis voor ons bracht. Refrein: Tekst: Johannes 19 : 25 – 27 En bij het kruis van Jezus stonden Zijn moeder, en Zijner moeders zuster, Maria, de vrouw van Klopas en Maria Magdalena. Jezus nu, ziende Zijn moeder, en de discipel, dien Hij liefhad, daarbij staande, zeide tot Zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon. Daarna zeide Hij tot den discipel: Zie, uw moeder. En van die ure aan nam haar de discipel in zijn huis. Declamatie: Vrouw, zie uw zoon Daar staat ze, vermoeid door het wenen, haar ogen op Jezus gericht. Wie kan haar nu krachten verlenen? Wie maakt haar het duister tot licht? Van droefheid en smart haast gebroken, Gaat hier door Maria het zwaard waar Simeon van had gesproken, toen Hij op het Kind had gestaard. Maar hoor toch, in wondere liefde, te midden van smaadheid en hoon, terwijl men Hem vloekte en griefde, spreekt Jezus nu: “Vrouw, zie Uw zoon”. Hoe zorgt Hij aan ’t kruis voor Zijn moeder, terwijl Hij daar hangt in de smart. Ook nu nog is Jezus haar Hoeder, Die weet van de pijn in haar hart. Johannes zal haar nu geleiden, Hij geeft haar een plaats in zijn huis. En innig verbonden zijn beiden door liefde, als vrucht van het kruis. Tekst: Lukas 23 : 35 - 37 en 39 - 43 En het volk stond en zag het aan. En ook de oversten met hen beschimpten Hem, zeggende: Anderen heeft Hij verlost, dat Hij nu Zichzelven verlosse, zo Hij is de Christus, de Uitverkorene Gods. En ook de krijgsknechten, tot Hem komende, bespotten Hem, en brachten Hem edik; En zeiden: Indien gij de Koning der Joden zijt, zo verlos Uzelven. En een der kwaaddoeners, die gehangen waren, lasterde Hem, zeggende: Indien Gij de Christus zijt verlos Uzelven en ons. Maar de andere, antwoordende, bestrafte hem, zeggende: Vreest gij ook God niet, daar gij in hetzelfde oordeel zijt? En wij toch rechtvaardiglijk; want wij ontvangen straf, waardig hetgeen wij gedaan hebben; maar Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan. En hij zeide tot Jezus: Heere,gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn. En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, zeg ik u: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn. Stem: Hangend aan het kruis moest Jezus de smaad en hoon aanhoren van: voorbijgangers, krijgsknechten, farizeërs, schriftgeleerden, overpriesters en een medekruiseling. Men daagde Hem uit. “ Laat nu maar eens zien dat u de Christus bent! Kom van het kruis af, opdat wij het zien en geloven mogen”. Het ongeloof vroeg om een wonder, maar Jezus’ liefde hield hem vast aan het kruis! Hij heeft de pers tot aan het einde toe alleen getreden. Zingen: Mijn Verlosser hangt aan ‘t kruis Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis, Hangt ten spot van snode smaders. Zoon des Vaders, Waar is toch Uw almacht thans, waar Uw goddelijke glans? Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis, en Hij hangt er mijnentwegen, Mij ten zegen. Van de vloek maakt Hij mij vrij, en Zijn sterven zaligt mij Tekst: Matthéüs 27 : 45 En van de zesde ure aan werd er duisternis over de gehele aarde, tot de negende ure toe. Declamatie: Goede Vrijdag God, heftiglijk in toorn ontstoken, Heeft alle zonden ooit gedaan, Vandaag uw schoud’ren opgelaân, En onze schuld aan U gewroken. Hij, in gramschap weggedoken, Weigert uw jammer gâ te slaan, Hij dooft de zon en blust de maan, De hel is joelend losgebroken. O God, die Gods nabijheid derft, Voor ons als een verdoemde sterft, Wil mij één blik van liefde geven. Opdat ik in ellende en rouw Niet reddeloos verderven zou Maar U beminnen en nieuw leven. Stem: Na drie uur duisternis weerklonk over de heuvel Golgotha een hartverscheurende roep uit de mond van de worstelende Heiland! Tekst: Mattheus 27 : 46 En omtrent de negende ure riep Jezus met een grote stem zeggende: ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI! Dat is: Mijn God! Mijn God! Waarom hebt GIJ Mij verlaten! Zingen: Psalm 22 : 1 en 8 Mijn God, Mijn God, waarom verlaat Gij mij, en redt mij niet, terwijl ik zwoeg en strij’, En brullend klaag in d ’angsten die ik lij, Dus fel geslagen? ’t Zij ik, mijn God, bij dag moog’ bitter klagen, Gij antwoord niet; ’t Zij ik des nachts moog’ bitter kermen, Ik heb geen rust, ook vindt ik geen ontfermen In mijn verdriet. Mijn kracht is, als een scherf, van sap beroofd, Mijn tong kleeft in mijn mond, door dorst gekloofd; Gij zult eerlang mij, door den dood, het hoofd In ’t stof doen bukken. Want van rondom zie ‘k honden samenrukken; Een muitgespan Heeft mij ten prooi verkoren, Mijn handen en mijn voeten doen doorboren, Zo fel het kan. Stem: Wie zal de diepte van Zijn Godverlatenheid ooit kunnen peilen? God van God ontdaan, wie zal dàt verstaan….? Tekst: Johannes 19 : 28 – 30a Hierna Jezus, wetende, dat nu alles volbracht was, opdat de Schrift zou vervuld worden, zeide: Mij dorst. Daar stond dan een vat vol ediks, en zij vulden een spons met edik, en omlegden ze met hysop, en brachten ze aan Zijn mond. Toen Jezus dan den edik genomen had, zeide Hij: Het is volbracht!
Stem: O, welk een schat ligt er verborgen in het woord :“Het is volbracht!” Het klonk als een triomfkreet over Golgotha! Jezus Christus de Zoon van God heeft de overwinning behaald op de macht van satan. Hij heeft Gods wet volkomen volbracht. Alle profetieën van het oude verbond zijn in Hem vervuld. Door het geloof in Hem is er nu redding en eeuwig behoud voor iedere zondaar die tot Hem de toevlucht neemt. Hij leed en stierf om het handschrift van onze zonden aan Zijn kruis te hechten. Wat een wonder van genade! Declamatie: Ik heb de pers alleen getreden De Heiland heeft de pers alleen getreden…. Alleen heeft Hij de losprijs aangebracht. Hij heeft Zichzelf met tranen en gebeden geofferd voor Zijn volk, zelfs in de nacht. Alleen heeft Hij de zware strijd gestreden met satan en de ganse hellemacht. Alleen heeft Hij ook aan het kruis geleden, totdat Hij uit kon roepen: “ ’t Is volbracht!”. -.- Hij werd aan het vervloekte kruis gehecht, opdat Zijn Kerk straks eeuwig zal gewagen hoe God genade schonk op grond van recht. Zingen: Gezang 177 Leer mij o, Heer’ Uw lijden recht betrachten, in deze zee verzinken mijn gedachten; o liefde die, om zondaars te bevrijden, zo zwaar moest lijden. ‘k Zie U, God zelf, in eeuwigheid geprezen, tot in de dood als mens gehoorzaam wezen, in onze plaats gemarteld en geslagen, de zonde dragen. Daar G’U voor mij hebt in de dood gegeven, hoe zou ik naar mijn eigen wil nog leven? Zou ‘k U o Heer, Die voor mijn schuld woudt lijden, mijn hart niet wijden? Tekst: Lukas 23 : 46 – 48 En Jezus, roepende met grote stemme, zeide: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En als Hij dat gezegd had, gaf Hij den geest. Als nu de hoofdman over honderd zag, wat er geschied was, verheerlijkte hij God en zeide: Waarlijk, deze Mens was rechtvaardig. En al de scharen, die samengekomen waren, om dit te aanschouwen, ziende de dingen, die geschied waren, keerden wederom, slaande op hun borsten. Zingen: Psalm 31 : 4 ‘k Beveel mijn geest in Uwe handen; Gij, God der waarheid, Gij, O HEER, verlostet mij. Ik haat hen, die het reukwerk branden Ter eer van valse goden; Op U steun ik in noden. Stem: De Heere Jezus beveelt Zijn Geest in de handen van Zijn Vader. Zijn werk op aarde is ten einde. Volbracht! Aan de vooravond van Zijn lijden heeft de Heere Jezus ons het Hogepriesterlijk gebed nagelaten. Daarin bad Hij tot Zijn Vader: “Ik heb U verheerlijkt op de aarde; Ik heb voleindigd het werk, dat Gij Mij gegeven hebt om te doen; En nu verheerlijk Mij, Gij Vader; bij Uzelven, met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was.” Voordat Zijn lichaam sterft, draagt Hij Zijn Geest over aan Zijn Vader. Tekst: Johannes 19 : 38 – 42 En daarna Jozef van Arimathéa (die een discipel van Jezus was, maar bedekt om de vreze der Joden), bad Pilatus, dat hij mocht het lichaam van Jezus wegnemen; en Pilatus liet het toe. Hij dan ging en nam het lichaam van Jezus weg. En Nicodemus kwam ook (die des nachts tot Jezus eerst gekomen was), brengende een mengsel van mirre en aloë; omtrent honderd ponden gewichts. Zij namen dan het lichaam van Jezus, en bonden dat in linnen doeken met de specerijen, gelijk de Joden de gewoonte hebben van begraven. En er was in die plaats, waar Hij gekruist was, een hof, en in den hof een nieuw graf, in hetwelk nog nooit iemand gelegd was geweest. Aldaar dan legden zij Jezus, om de voorbereiding der Joden, overmits het graf nabij was. Zingen: Psalm 115 : 9 In ’t stille graf, zingt niemand ’s HEEREN lof; Het zielloos lijf gedompeld in het stof, Kan Hem geen glorie geven; Maar onze tong zingt, tot in eeuwigheid, Des HEEREN lof, Zijn roem en majesteit, Looft God, de bron van ’t leven.
Tekst: Johannes 12 : 24 Voorwaar, voorwaar zeg Ik u; Indien het tarwegraan in de aarde niet valt, en sterft, zo blijft hetzelve alleen; maar indien het sterft, zo brengt het veel vrucht voort. Declamatie: Leven door sterven Wanneer w’ een korrel edel tarwegraan Zorgvuldig als een grote schat bewaren, dan blijft de korrel zelf wel voortbestaan, maar nimmer zien we vrucht in volle aren. Al gaan er vele jaren overheen, zo blijft de korrel tóch alleen. Maar valt en sterft het graan in ’t akkerland, dan spruit uit donk’re diepte ’t nieuwe leven; na wachtenstijd verschijnt een tere plant, die groeit totdat hij rijke vrucht zal geven. Zo wees de Heere zijn discip’ len aan, dat Hij de weg van ’t tarwegraan moest gaan. Zò ging de Borg de weg van ’t tarwegraan en heeft Hij door Zijn sterven vrucht gegeven. Nu krijgt het volk dat achter Hem mag gaan, óók als het tarwegraan, een stervend leven! Het doden van de oude mens is bang; ’t is smartelijk en duurt een leven lang! En na hun sterven stijgt hun ziel tot Hem, Die in de tijd hun ’t leven heeft gegeven. Hun lichaam rust in ’t graf totdat Zijn stem met majesteit hun stof weer roept tot leven. Dan zullen zij in alle eeuwigheid Hem loven voor het leven, hun bereid! Muzikaal intermezzo: De heilige stad - S. Adams
Zingen: Psalm 118 : 12 Dit is de dag, de roem der dagen, Dien Isrels God geheiligd heeft; Laat ons verheugd, van zorg ontslagen, Hem roemen, die ons blijdschap geeft. Och HEER, geef thans Uw zegeningen; Och HEER, geef heil op deze dag; Och , dat men op deez’ eerstelingen een rijke oogst van voorspoed zag. Tekst: Lukas 24 : 1 – 8 En op de eerste dag der week, zeer vroeg in de morgenstond, gingen zij naar het graf, dragende de specerijen, die zij bereid hadden, en sommigen met haar. En zij vonden de steen afgewenteld van het graf. En ingegaan zijnde, vonden zij het lichaam van den Heere Jezus niet. En het geschiedde, als zij daarover twijfel- moedig waren, zie, twee mannen stonden bij haar in blinkende klederen. En als zij bevreesd werden, en het aangezicht naar de aarde neigden, zeiden zij tot haar: Wat zoekt gij den Levende bij de doden? Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan. Gedenkt, hoe Hij tot u gesproken heeft, als Hij nog in Galiléa was. Zeggende: De Zoon des mensen moet overgeleverd worden in de handen der zondige mensen, en gekruisigd worden, en ten derden dage wederopstaan. En zij werden indachtig Zijner woorden. Declamatie: Ik leef en gij zult leven! De zon gaat op; het eerste morgengloren verdrijft het donker van de somb’ re nacht. Dan doet God Zelf zijn stem op aarde horen en d’ aarde beeft door Goddelijke macht. Een engel wordt gezien in Jozefs hof en wachters vallen sidderend in ’t stof! De dag komt in de plaats van ’t nacht’ lijk duister, Maar schoner dan de nieuwe dageraad herrijst Gods Zoon in Koninklijke luister, als Hij vol majesteit het graf verlaat. Hij stierf aan ’t kruis, maar Hij is opgestaan, Nu zal Zijn volk niet eeuwig ondergaan. Zingen: lied 45 U zij de glorie, opgestane Heer’! U zij de victorie, nu en immermeer. Uit een blinkend stromen, daald’ een engel af heeft de steen genomen van ’t verwonnen graf. U zij de glorie, opgestane Heer! U zij de victorie, nu en immermeer. Stem: De Heere Jezus had eens tot Martha gesproken: “Ik ben de Opstanding en het Leven”. Op de Paasmorgen wekte de Vader Jezus op en Hij stond op door eigen kracht. Wie zal dit geheim doorgronden…? Laten we de Heere maar aanbidden voor dit goddelijk wonder. Jezus leeft! In de straten van Jeruzalem werd de blijde boodschap alom gehoord: De Heere is waarlijk opgestaan! Tekst: Matthéüs: 28 – 8 – 10 En haastelijk uitgaande van het graf, met vreze en grote blijdschap, liepen zij henen, om hetzelve Zijn discipelen te boodschappen. En als zij heengingen, om Zijn discipelen te boodschappen, ziet, Jezus is haar ontmoet, zeggende: Weest gegroet! En zij, tot Hem komende, grepen Zijn voeten, en aanbaden Hem. Toen zeide Jezus tot haar: Vreest niet; gaat henen, boodschapt Mijn broederen, dat zij heengaan naar Galiléa, en aldaar zullen ze Mij zien. Zingen: lied 25 Daar juicht een toon, daar klinkt een stem, die galmt door gans Jeruzalem; een heerlijk morgenlicht breekt aan: de Zoon van God is opgestaan! Geen graf hield Davids Zoon omkneld Hij overwon, die sterke Held Hij steeg uit ’t graf door eigen kracht, want Hij is God, bekleed met macht! Want nu de Heer’ is opgestaan, nu vangt het nieuwe leven aan, een leven door Zijn dood bereid, een leven in Zijn heerlijkheid. Tekst: Lukas 24 : 13 – 15 en 25- 26 En zie, twee van hen gingen op denzelfden dag naar een vlek, dat zestig stadiën van Jeruzalem was, welks naam was Emmaüs. En zij spraken samen onder elkander van al de dingen, die er gebeurd waren. En het geschiedde, terwijl zij samen spraken, en elkander ondervraagden, dat Jezus Zelf bij hen kwam, en met hen ging. En Hij zeide tot hen: O, onverstandigen en tragen van hart, om te geloven al hetgeen de profeten gesproken hebben! Moest de Christus niet deze dingen lijden, en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan? Declamatie: De opgestane Christus openbaart Zich De vijand juichte: “Hij is dood. Hij ligt terneergeslagen. De steen voor ’t graf is zwaar en groot, door niemand weg te dragen. Hij, Die aan and’ren ’t leven gaf, ligt dood in een verzegeld graf” Twee vrienden zijn op weg naar huis. Hun hart is vol met vragen: De Meester stierf aan ’t smadelijk kruis en werd naar ’t graf gedragen. Maar vrouwen hebben nu verteld, dat Jezus leeft…..’t Heeft hen ontsteld. Gods kinderen zijn zo vaak verward door eigen overleggen. En ’t geeft hun óók geen troost in ’t hart wat anderen tot hen zeggen. Het donker wordt slechts opgeklaard als Jezus Zélf Zich openbaart. Hij komt tot hen, gaat met hen voort en onderwijst hen uit Zijn Woord, Hij opent niet alleen de Schrift, maar ook hun hart en oren. Zijn Woord wordt in hun ziel gegrift, zodat zij werkelijk horen!
Ze worden innerlijk geraakt, hun hart wordt brandende gemaakt. En dan, bij ’t breken van het brood, dan opent Hij hun ogen: Hij overwon voor hen de dood door Goddelijk alvermogen! Nu kan geen twijfel meer bestaan: De Heer’ is waarlijk opgestaan! Zingen: Psalm 21 : 4 en 5 Hij heeft, o God van U begeerd Het onvergank’ lijk leven; Gij hebt het hem gegeven. Zo zijn de dagen hem vermeêrd; Zo leeft de Vorst altoos; Zo leeft hij eindeloos. Hoe groot en schitt’ rend is zijn eer, Door ’t heil, aan hem bewezen! Hoe is zijn roem gerezen! O, alvermogend Opperheer, Wat glans, wat majesteit Hebt Gij dien Vorst bereid! Stem: Het Evangelie van Jezus’ lijden, sterven en opstanding zal na Pinksteren de wereld over gaan. Het Woord van God wijst de Heere Jezus Christus aan als: DE WEG, DE WAARHEID en HET LEVEN. Alleen in Hem is er redding en behoud voor een verloren zondaar! Buiten Jezus is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf. De apostelen hebben op hun zendingsreizen ervaren dat deze boodschap niet is naar de mens. Zij hebben moeiten en tegenstand ontmoet, maar ook vreugde en blijdschap. Bij de boodschap van het kruis en de opstanding van Christus gaan de wegen uit een…..!. Voor de Joden is het een ergernis, voor de Grieken een dwaasheid, maar o wonder, voor een ieder die gelooft is het een kracht Gods tot zaligheid! Wat betekenen kruis en opstanding van Christus voor u en voor mij? Mogen we door het geloof met de apostel Petrus belijden: “Geloofd zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren, tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden” Kruis en opstanding van Christus vragen om bekering, geloof en aanbidding van een ieder tot wie dit Woord komt….! Stem: In het kruis van Christus zal ik eeuwig roemen! Dat is het getuigenis van Gods Kerk. Het is door U, door U alleen, om het eeuwig welbehagen! Declamatie: Het kruis In het kruis zal ‘k eeuwig roemen! En geen wet zal mij verdoemen; Christus droeg den vloek voor mij! Christus is voor mij gestorven, heeft genâ voor mij verworven! ‘k Ben van dood en zonde vrij! Zalig, die in Hem geloven! O! bestraal ons hart van boven, Geest der Waarheid! God van heil! Dat mijn ziele zich verlieze, (dit ’s het deel, dat ik verkieze!) in die liefde zonder peil! Looft, o Sion! Prijst uw Heere! De aarde luister’,’t Lam ter eere, naar uw heilig psalmgebruisch! Looft Hem, die de hel verplette! looft Hem, die Zijn volk ontzette! Looft uw Koning aan het kruis! Zingen: Psalm 118 : 14 Gij zijt mijn God, U zal ik loven, Verhogen Uwe majesteit; Mijn God, niets gaat Uw roem te boven; U prijz’ ik tot in eeuwigheid. Laat ieder ’s HEEREN goedheid loven, Want goed is d’ Oppermajesteit; Zijn goedheid gaat het al te boven; Zijn goedheid duurt in eeuwigheid.
Paasdeclamatorium 2012 Hersteld Hervormde Vrouwenbond Declamaties: Isaäc da Costa M.A. Groeneweg- de Reuver W. de Mérode Chr. de Priester Liederen uit: Johannes de Heer Gezangenbundel
|